Het is inmiddels vaste prik. Zo tegen 13.00 uur op maandag komen er vanuit alle richtingen van Didam mensen met rollators naar het centrum. Als groep wandelen ze elke week drie kilometer door het dorp. Onder begeleiding van Johan Koster trekt de groep veel bekijks. “Ze noemen ons wel eens de Benidorm Bastards van Didam”, zegt hij lachend.
Koster is op zijn 56e al afhankelijk van een rollator, hij heeft onder andere een longaandoening en diabetes. “Wandelen helpt me om toch in beweging te blijven. En het heeft effect; mijn uithoudingsvermogen is beter én ik ben van de diabetesmedicijnen af”, zegt hij terwijl de rest van de wandelgroep zich om hem heen verzamelt. Stuk voor stuk hebben de leden van het clubje een rollator of stok. “Iedereen heeft wel iets medisch, de leeftijden variëren van 56 tot 78”, zegt Koster.
Inmiddels is de groep uitgegroeid tot zo’n vijftien wandelaars. Koster: “We begonnen klein, we wandelden nu ook maar vijfhonderd meter. Nu we de drie kilometer bereikt hebben zitten we ook wel aan onze maximale afstand. Het moet voor iedereen goed vol te houden zijn.” Hij zet iedereen week een route uit, maar vaste bankjes mogen niet ontbreken. “We stoppen af en toe om op adem te komen. In het begin kregen we nog wel eens koffie van degene die bij dat bankje woont, maar de groep is inmiddels te groot.”
Sociale aspect
Naast het lichamelijke voordeel van wandelen, zit er ook een heel groot sociaal aspect bij. Tijdens de pauzes worden er snoepjes rondgedeeld, evenals de laatste roddels uit ‘Diem’. Na de tijd wordt er gezamenlijk koffie gedronken. “Het is begonnen als wandelgroep, maar inmiddels is het echt een vriendengroep geworden durf ik wel te zeggen”, aldus Koster. Veel van de deelnemers kijken dan ook echt uit naar het wekelijkse wandelmomentje.
'Wandel meer dan ooit'
Het Didamse maandagclubje is niet de enige rollatorwandelgroep van Koster: “Ik doe ook wandelgroepen in 's- Heerenberg en Zevenaar. Ik wandel nu meer en vaker dan ik ooit gedaan heb.” Het Didamse clubje in inmiddels bekend en berucht. “Mensen kijken ons vaak na, en lachen dan. Ik snap dat het er komisch uitziet. Maar dan denk ik: ‘over een paar jaar lopen jullie er ook zo bij’.”