De jonge smid werkt het liefst de hele dag met goud. “Het hele werk daarachter is prachtig”, vertelt ze. Het omvormen van ruwe materialen blijft het mooiste deel van het vak. “Het maken van iets in een heel ruw materiaal naar een pareltje van een juweel. Daarmee ook echt de emotie bij mensen eruit kan halen. Dat mijn werk zoveel emotie waarmaakt bij mensen, dat vind ik toch wel het mooiste.”
Toch kijkt Kellenaers met gemengde gevoelens naar de toekomst van het ambacht. Het vak werd vroeger vaak van vader op zoon doorgegeven, maar dat ziet ze verdwijnen. “Dat is wel echt heel erg jammer”, verzucht ze. “Maar het is nog steeds wel mooi dat je een vak hebt dat eigenlijk niet veel wordt beoefend. En dat het echt een ambacht is en dat vind ik toch wel heel mooi.”
De keuze voor Terborg lijkt goed uit te pakken. Volgens Kellenaers stond het stadje te wachten op een nieuwe goudsmid. “Veel mensen hebben echt wel gewacht tot er weer zoiets was. Mensen komen met hun sieraden aan die ze al jarenlang in de kast hebben liggen. Dus dat is heel mooi.”
Bijzonder is ook het pand waarin ze zich vestigt: Hoofdstraat 9. Het gebouw kent een lange geschiedenis. “De eerste registratie kwam uit 1800. En sindsdien is er heel veel gebeurd”, vertelt ze. “Het was eerst een wachtershuisje en toen nog een groenteboer. Er hebben ook Joodse mensen in gewoond die verlinkt zijn. Aan die geschiedenis voegen we nu een goudsmid toe”, zegt Kellenaers trots.