Het Donutfestival trok op 31 mei meer dan alleen idealisten.
Eveline ZuurbierIn de Toltuin in Beltrum klonk zondag geen protestleus en wapperden geen spandoeken. Het Donutfestival koos voor een andere toon: marktkraampjes met herbruikbare kleding, plantenstekjes en producten uit gemeenschappelijke moestuinen, en tafels waar bezoekers met koffie of vlierbloesemwater met elkaar in gesprek gingen.
Toch ging het festival over grote vragen. Hoe blijft een regio leefbaar als het huidige economische model vastloopt? Hoe organiseer je groei zonder steeds meer van mens en aarde te vragen? En hoe kunnen lokale initiatieven samen meer worden dan losse goede bedoelingen?
Volgens initiatiefneemster Anke Sitter was dat precies de bedoeling. “Er zijn allerlei bewegingen in de Achterhoek gaande die we samenbrengen”, zegt ze. “Mensen zoeken naar praktische manieren om de regio groener en socialer te maken. Dat kunnen burgerinitiatieven zijn, zorgprojecten, boeren, familiebedrijven of groepen die iets willen betekenen voor hun dorp of regio.”
De naam van het festival verwijst naar de donuteconomie, een model van de Britse econoom Kate Raworth. Zij beschreef in 2013 een economie die niet alleen draait om groei, maar om leven binnen grenzen. De binnenste ring staat voor het sociale fundament: basisbehoeften als voedsel, zorg, wonen, onderwijs en inkomen. De buitenste ring is het ecologisch plafond: de grens van wat de aarde aankan. Daartussen ligt de ruimte waarin mensen kunnen leven en ondernemen zonder samenleving of planeet uit te putten.
“Kom je onder het sociale fundament, dan vallen mensen buiten de boot”, zegt Sitter. “Ga je over het ecologisch plafond heen, dan put je de aarde uit.”
In Beltrum werd die theorie vertaald naar lokale voorbeelden. Tussen bloeiende borders en bomen stonden kraampjes van initiatieven die kleding hergebruiken, lokaal voedsel delen en die mensen bij elkaar brengen. Sommige tafels leken leeg, met alleen een tafelkleed en lampionnen. Het waren praattafels: plekken waar bezoekers niets hoefden te kopen, maar een gesprek konden beginnen.
In een kas waren presentaties en workshops over de vraag hoe de donutgedachte kan landen in dorpen, bedrijven en bij de overheid. Daarbij ging het niet alleen over natuur en klimaat, maar ook over sociale samenhang, gezondheid, wonen en lokale economie.
Festivalsfeer: ‘Geen mens die hierop tegen is’
Dat maakt het festival volgens de organisatie niet alleen een bijeenkomst voor een groep van idealisten. Sitter ziet het als een poging om bestaande initiatieven te verbinden. “Er zijn honderden initiatieven actief in de regio: regeneratieve landbouwprojecten, tuindagen, zorgprojecten, boeren en familiebedrijven die zoeken naar verbreding. Onze stichting probeert die bij elkaar te brengen en samenwerking aan te zwengelen.”
Want voor Sitter is één ding wel duidelijk: “ We weten dat het huidige model van telkens economische groei na te streven, gaat vastlopen. De initiatieven die hier te zien en te beleven zijn, zetten iets nieuws neer wat straks gebruiksklaar is”, aldus Sitter.
Geen ideeënboomers maar lokale voorbeelden
De Goede Donut wil de komende jaren verschillende projecten ondersteunen. Een daarvan is een veerkrachtige Achterhoek, onder meer met behulp van de Achterhoekse munt. Die moet stimuleren dat geld vaker lokaal wordt uitgegeven en waarde in de regio blijft. De stichting heeft lijntjes uitgelegd naar ondernemersgroepen wat uiteindelijk moet leiden tot acceptatie en gebruik van de munt.
‘Wat is een goede donut?’
Ook werkt de stichting aan Achterhoek Peukenvrij, rond gezondheid en een schone leefomgeving, en aan Achterhoekse Democratie: manieren waarop inwoners invloed kunnen uitoefenen op beleid dat hun omgeving raakt. Samen met onder meer Biobased Bouwen levert De Goede Donut input voor de Omgevingsvisie van Gelderland. Ook de komende Regiodeal voor de Achterhoek wordt volgens Sitter mede langs de meetlat van het donutmodel gelegd.
Of dat genoeg is om grote problemen op te lossen, ligt volgens Sitter aan of mensen verandering willen. Lokale munten, burgerinitiatieven en duurzame bouwprojecten vragen geduld, geld, draagvlak en politieke keuzes. Niet elk initiatief groeit vanzelf uit tot structurele verandering.
Toch ziet Sitter juist in de schaal van de Achterhoek een voordeel. “Van oudsher is men hier gewend om samen te werken en samen op te trekken om dingen op te lossen”, zegt ze. “Die kleinschaligheid kan enorm helpen om een cultuurverandering in gang te zetten.”