Jonge Achterhoekers Lars Rossel en Thimo Peters hebben beide ambitie om het familiebedrijf over te nemen en het toekomstbestendig te maken. In de eerste aflevering van de driedelige serie ‘De Platte Droom’ is te volgen hoe de ondernemers dit aan willen pakken.
De eerste aflevering laat zien hoe Lars Rossel (20) uit Sinderen zijn droom najaagt. Hij wil de slagerij, die momenteel van zijn ouders is, succesvol te maken. Wat eerst een melkveebedrijf was, is sinds een jaar een slagerij. De jonge Achterhoeker maakt nu deel uit van de onderneming.
Rossel had graag de boerderij van zijn ouders voortgezet, maar zag hier weinig kansen in. Hij besloot daarom een andere richting in te slaan door zich te focussen op de slagerij. “We hadden eerder een melkveebedrijf met zestig koeien, maar weinig uitbreidkansen. Het overnemen kon lastig worden. Uiteindelijk moest ik wat anders zoeken dan boer zijn, ook al wilde ik dat heel graag worden. Toen ben ik uiteindelijk hier in het vak gekomen”, vertelt Rossel.
Op deze creatieve manier kan de Achterhoeker toch het bedrijf overnemen van zijn ouders. “Zij vinden het ook heel erg leuk. Het is natuurlijk heel anders dan wat zij altijd hebben gedaan. Zij hebben ook enthousiasme om het samen te doen”, vertelt Rossel. Dat hij het echt samen met zijn ouders doet, zie je in het volgende geval; De worst die door Rossel wordt gemaakt, wordt verkocht in de Kaaswinkel in Varsseveld, waar zijn moeder werkt. Uiteindelijk is het plan om ook de winkel over te nemen.
‘ik wil boer worden’
In de aflevering is ook Thimo Peters (24) uit Halle te zien die ervan droomt om de boerderij van zijn ouders over te nemen. Ondanks uitdagingen met regelgeving en financiën is het zijn droom er een bloeiend bedrijf van te maken. “Als klein jochie zei ik altijd al: ‘ik wil boer worden’”, aldus Peters. “Ik vind niks mooier dan ’s morgens vroeg opstaan, het buitenwerken en werken met de dieren.” Op de boerderij zijn er 35 koeien, maar er is plek voor 42. Vanwege de huidige regelgeving moest het bedrijf de afgelopen jaren inkrimpen. ‘’De bank zegt ook: ‘jullie zijn geen bedrijf voor de toekomst. Het is toch te klein om mee rond te kunnen komen’’’, vertelt Peters.
Toekomstvisie
Beide ondernemers hebben duidelijk visie voor de toekomst. Vooral op de manier hoe zij het familiebedrijf verder willen vormgeven. “Als je straks duurzamer wil worden, moet er wel het een en ander aangepast worden. Maar ik wil niet gaan investeren en dat dan blijkt dat het met een paar jaar toch wéér niet goed is. Ik denk dat als je beleid wil maken voor de boeren, dat je het dan moet doen met mensen uit de praktijk die er verstand van hebben’’, aldus Peters.
Peters hoopt dan ook op regelgeving voor de lange termijn waarbij er mogelijkheid tot investeren is. Daarom zorgen ze ervoor dat ze geld achter de hand houden. “Ik weet ook dat het er zeker niet makkelijker op gaat worden. Maar ik zie mezelf niks anders doen. Ik laat me ook niet wegjagen naar het buitenland, hier ben ik opgegroeid en hier ga ik ook verder met de boerderij’’, vertelt Peters.
Ook Rossel weet maar al te goed hoe hij zijn toekomst voor zich ziet. “Over vijf jaar ben ik nog steeds worsten aan het maken. Ik hoop dat het een groot succes wordt. Als ik er een goed inkomen uit kan halen om van te kunnen leven, een leuk leven heb en lekker kan werken, dan ben ik tevreden”, vertelt Rossel.