Politieke partijen doen er alles aan om jongeren meer bij de politiek te betrekken. In sommige huishoudens heeft dat succes: daar is de keukentafel al de eerste politieke arena. Op verschillende Achterhoekse kieslijsten vind je ouder én kind. Aan de hand van tien vragen leren we de politieke families kennen. Deze keer: Onno en Thomas van de Groep, samen op de kieslijst van GroenLinks-PvdA in Oude IJsselstreek.
Hoe ervaren jullie het om samen op de kieslijst te staan en gelijktijdig politiek actief te zijn?
Onno: “Heel erg leuk. Ik ben blij dat wij als ouders de maatschappelijke betrokkenheid hebben kunnen doorgeven en dat dit tot dit resultaat leidt.”
Thomas noemt het zelfs ‘een cadeautje’. “We delen niet alleen ideeën, maar ook de lol van bijvoorbeeld samen langs de deuren gaan of napraten na een debat. Het maakt het minder spannend en juist leuker. En ik kan nog heel veel leren. Een vader die dit al zo lang doet, maakt dat leren makkelijker.”
In hoeverre hebben jullie elkaar beïnvloed in de politieke interesse en vorming?
Onno vertelt dat er thuis vaak gesprekken waren over actuele thema’s. “We stelden vragen, luisterden en onderbouwden meningen met argumenten. Niet zeggen hoe het moet, maar samen nadenken.”
Thomas herkent dat. “Geen ‘zo moet je stemmen’-verhalen, maar gesprekken aan tafel. Mijn vader leerde me luisteren en politiek niet als strijdtoneel te zien, maar als plek waar je dingen kunt regelen. Ik ben misschien wat strijdbaarder, maar dat combineert juist mooi met zijn ervaring en rust.”
Hoe reageerden jullie op elkaars besluit om zich kandidaat te stellen?
Onno: “Ik vond het heel erg leuk. Ik heb nooit naar een richting geduwd, maar als dit het resultaat is van onze opvoeding ben ik daar trots op.”
Thomas zag vooral die trots. “Geen grote speeches, maar wel een brede glimlach. Politiek is vrijwillige betrokkenheid. Dat je dat samen mag delen, is bijzonder.”
Is de familieband in de politiek vooral een voordeel of soms ook een uitdaging in de samenwerking?
Onno geniet van de samenwerking. “Je ziet de energie van de jongere generatie en het gemak waarmee hij met sociale media omgaat. Dat is echt een aanvulling.”
Thomas: “We kunnen prima samenwerken omdat we elkaar zo goed kennen. Natuurlijk loopt privé en politiek soms door elkaar, maar dat vinden we eigenlijk alleen maar gezellig. We kunnen stevig discussiëren, meestal ideologisch, maar altijd met respect.”
Wie weet wie het vaakst te overtuigen tijdens politieke discussies?
“Het gaat niet om winnen”, zegt Onno. “Het gaat om nuanceren, luisteren en leren van elkaars argumenten.”
Thomas: “We houden geen score bij. Mijn vader brengt ervaring en geduld, ik soms wat meer vuur. Vaak komen we ergens in het midden uit, en dat midden is meestal sterker dan waar we begonnen.”
Zijn er weleens spanningen of meningsverschillen geweest over strategie, campagne of stemadvies?
“Ruzie sowieso niet”, benadrukt Onno. “Soms ben je niet volledig geïnformeerd en dan is het mooi dat je naar elkaar kunt luisteren.”
Thomas vult aan: “Hij denkt soms: rustig, het proces is lang. Ik denk dan: nu gas geven. Maar dat is geen botsing, dat is balans.”
Speelt er onderling een gevoel van competitie, bijvoorbeeld rond voorkeurstemmen of lijstpositie?
Onno is helder: “Wat mij betreft niet. Mijn stem gaat naar Thomas. Ik steun de nieuwe generatie graag.”
Thomas lacht: “De eerste voorkeurstem heb ik al binnen. Maar we zien het niet als wedstrijd. Als één van ons veel stemmen krijgt, is dat winst voor het team.”
Hoe zouden jullie het vinden als de één meer voorkeurstemmen krijgt dan de ander?
Onno verwacht dat al. “Zijn netwerk is groter. Dat is mooi voor de partij.”
Thomas: “Integendeel, ik zou waarschijnlijk de grootste glimlach hebben als hij veel stemmen krijgt. We meten succes niet aan wie boven wie staat, maar aan wat we bijdragen.”
Hoe vrij voelen jullie je in de keuze voor een partij en hoe zouden jullie het vinden als één van jullie voor een andere partij zou kiezen?
Onno: “Mijn kinderen hebben de vrijheid om te stemmen op wie ze willen. Maar stem vanuit een visie: hoe wil je dat de gemeente er over vijftien of twintig jaar uitziet?”
Thomas: “Mijn keuze is volledig autonoom. Dat we nu bij dezelfde partij zitten, komt voort uit gedeelde waarden, niet uit vanzelfsprekendheid. Mijn vader leerde me zelf na te denken en verantwoordelijkheid te nemen.”
Speelt jaloezie ooit een rol, bijvoorbeeld rond zichtbaarheid of positie op de lijst?
“Op geen enkele manier”, zegt Onno. “Ik had Thomas zelfs liever wat hoger op de lijst gezien. Mijn rol is meer ondersteunend.”
Thomas: “Zichtbaarheid is geen doel op zich. Het gaat om wat je bijdraagt. En uiteindelijk heeft de partij de lijst bepaald.”
Tot slot vat Onno het samen: “Het is vooral heel erg leuk om je kind zo sociaal en maatschappelijk betrokken te zien.” Thomas knikt. “Het geeft een extra laag aan onze relatie. We delen niet alleen familieherinneringen, maar ook maatschappelijke inzet. We verschillen soms in toon of tempo, maar in de kern vinden we elkaar altijd. En dat maakt het misschien wel het mooiste.”