“In de Oost-Achterhoek hebben we niet zoveel ambulances paraat staan,” zegt Theo Klein Bleumink van de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland (VNOG). “Bij grote calamiteiten is de hulp van de Duitsers daarom erg waardevol.” De oefening was vooral gericht op het verbeteren van de samenwerking bij grootschalige rampen aan de grens. “We onderzoeken hoe we optimaal kunnen samenwerken met hulpdiensten uit beide landen,” legt Klein Bleumink uit. “Er zijn bijvoorbeeld twee verschillende opschalingsmodellen en we hanteren ieder onze eigen werkwijzen. We kijken nu hoe we die beter op elkaar kunnen afstemmen.”
Naast de verschillende opschalingsmodellen zijn er ook andere verschillen in aanpak. “Een belangrijk verschil is dat wij in Nederland snel ter plaatse zijn en slachtoffers zo snel mogelijk naar het ziekenhuis vervoeren,” vertelt Klein Bleumink. “In Duitsland wordt echter eerst ter plaatse behandeld voordat patiënten worden vervoerd.” Deze oefendag heeft waardevolle inzichten opgeleverd die kunnen worden toegepast bij een toekomstige grensoverschrijdende calamiteit.