Voordat de estafettegroep van de fictieve gemeente EMOJI verder doorliep naar Nederland, bracht ze het vuur in Emmerich.
REGIO8Voor de derde keer op rij hebben Duitse en Nederlandse lopers het vrijheidsvuur van Wageningen naar de grensstreek gebracht. Zo’n zeventig lopers en fietsers uit onder meer Gendringen, Netterden, ’s-Heerenberg en Emmerich deden mee aan de estafette. Tot Babberich liep ook een groep uit Didam en Kilder mee. Daar splitsten zij af om het vuur in hun eigen dorpen te ontsteken.
Tegen 09.30 uur droegen de lopers het vrijheidsvuur over aan burgemeester Claudia Lindlhar van Emmerich, die het voor het stadhuis van haar gemeente ontstak. Juist daar, in een grensgebied waar oorlog ooit mensen uit elkaar dreef, liepen Duitsers en Nederlanders nu samen. Ook kinderen van de Leegmeerschule uit Emmerich sloten aan. Voor hen werd vrijheid niet alleen iets uit de geschiedenisles, maar iets wat ze zelf even konden vasthouden.
Burgemeester Lindlahr ontving de groep bij het stadhuis. Ze had de lopers ’s nachts in Wageningen al uitgezwaaid, samen met de Montferlandse burgemeester Anne-Marie Fellinger. Na een koude tocht met regen en wind op de rivierdijken, wachtte in Emmerich een warm onthaal en ontbijt op het stadhuis.
Samenkomen, zijn en beleven
Lindlahr beleefde Bevrijdingsdag voor het eerst op deze manier. Ze noemde de komst van het vuur bijzonder. “Dat Nederlanders de betekenis van vrijheid vieren, is iets waarvan wij in Duitsland kunnen leren”, zei ze. Volgens haar is het belangrijk dat juist kinderen meedoen: “In de grensstreek hebben we iets nodig om samen te komen. Dat kinderen deelnemen, maakt dat samenzijn toekomstbestendig. En voor de toekomst hebben we vrijheid nodig.”
Voor de zeven kinderen van de Leegmeerschule was het ook een eerste keer. Op hun school krijgen leerlingen Nederlands, onder meer vanwege de gedeelde geschiedenis met de buren over de grens. Ook wonen en werken in Emmerich veel Nederlanders, en sommige kinderen hebben een Nederlandse vader of moeder.
‘Het voelt heel vrij’
Docent Marieke Oversteegen zag dat het indruk maakte. “Ondanks de regen vinden ze het belangrijk om mee te doen. De uitleg op school heeft hen nieuwsgierig gemaakt. Voor hen voelt het heel bijzonder om het vuur vast te houden.”
Leerling Jarno van 11 had goed begrepen waar het om ging. “Ik weet van de oorlog”, zei hij. “Vrijheid is geen oorlog.” Dat hij mee mocht lopen, vond hij speciaal: “Het voelt heel vrij.”
Na Emmerich trok de groep verder. Een deel ging richting Gendringen, een ander deel naar ’s-Heerenberg. In beide plaatsen werd het vrijheidsvuur later op de dag ontstoken.
‘Een diep gevoel voor onze Bevrijdingsdag’
Toon Masselink, medeorganisator van de estafette, liep zelf een deel van de route mee. Hij bracht lopersgroepen uit Montferland, Oude IJsselstreek en Emmerich samen. Volgens hem zit de kracht juist in dat gezamenlijke: “Samen met de Duitse sporters lopen en fietsen we, en onderweg kletsen we met elkaar. Ik merk dat Duitsers een diep gevoel hebben voor onze Bevrijdingsdag.”
Dat geldt zeker in Emmerich, zegt hij. “Ook hier is in de oorlog veel ellende geweest. De stad is platgebombardeerd. Er stond bijna niets meer overeind.” Juist daarom voelt het samendragen van het vuur voor hem groter dan alleen een traditie. “Door gezamenlijk op te trekken maak je een statement voor vrede en vrijheid.”
Met oorlogen op andere plekken in de wereld krijgt die boodschap volgens Masselink voor de lopers extra lading. In Emmerich werd vrijheid deze ochtend niet in grote woorden gevierd, maar heel concreet.