Foto: REGIO8
Jaren moeten wachten op een stroomaansluiting lijkt voor bedrijven in Varsseveld straks verleden tijd. De Varsseveldse Industriële Vereniging (VIV) onderzoekt samen met Joulz en de gemeente Oude IJsselstreek een eigen stroomnetwerk. Bedrijven gebruiken daarin elkaars opgewekte stroom en slaan die op in batterijen. “In plaats van tien tot vijftien jaar hoef je dan bijvoorbeeld maar twee jaar te wachten op een aansluiting. Bedrijven kunnen nu pas in 2035 worden aangesloten”, zegt voorzitter van de VIV, Luc Helmink.
Het klinkt als dé oplossing, misschien zelfs wat utopisch. Samen energie opwekken, opslaan en verbruiken, waardoor je niet meer afhankelijk bent van een netbeheerder, Liander in dit geval. “Alle seinen staan op groen, het is echt een uitzonderlijke situatie hier. De netbeheerder wil meewerken, het stroomnet is goed ingericht, we krijgen steun van de gemeente én we hebben een sterke kopgroep aan bedrijven die de kar wil trekken”, zegt Mike Sterkenburg van Joulz.
Hij benadrukt ook dat de kans van slagen van een dergelijk project echt afhangt van de deelnemers en overheden. “De techniek is niet het meest spannende, de samenwerking wel. Als alle neuzen dezelfde kant op staan en ook blijven staan, dan komt het goed.”
Volgens Sterkenburg is het Achterhoekse project uniek in Nederland en zelfs in Europa. “We hebben op Schiphol en in Tiel ook al industrieterreinen op eigen stroom draaien, maar dat waren compleet nieuwe industrieterreinen. Hier gaan we eerst op het bestaande terrein draaien, daar komt dan later het nieuwe industrieterrein (het VIP, BS) bij. Dat is nog nergens gedaan.”
Huidig bedrijventerrein zit op de max
De VIV wil en kan volgens Helmink niet wachten op de geplande uitbreiding om iets aan het stroomnet te doen. “Een nieuw industriepark is mooi, maar we lopen nu al tegen de energiegrenzen aan. Concreet betekent dit dat ze bijvoorbeeld geen extra machine aan kunnen schaffen of überhaupt verder uit kunnen breiden.” Op het moment dat de stroom zelf opgewekt en verdeeld wordt, kan dit volgens de heren wel. “Dan kunnen we gewoon opschalen.” Alles om ervoor te zorgen dat Varsseveld aantrekkelijk blijft voor grote bedrijven.
Liander kijkt mee
Een belangrijke stap in de realisatie van een dergelijk ‘off-grid-systeem’ is de goedkeuring van de netbeheerder. “Dit is compleet nieuw, maar wel echt een uitkomst. Liander kijkt dan ook nauwlettend mee, voor hen is het ook heel interessant. Ze staan echt naast ons in deze ontwikkeling, maar wij hebben de regie”, zegt Sterkenburg.
Hoe werkt het?
Hoe werkt het systeem precies? De aangesloten bedrijven wekken allemaal stroom op via zonnepanelen. Terugleveren aan de energieleverancier gaat niet meer; ze leveren de reststroom daarom aan de groep. Reststroom van bedrijf X kan direct naar bedrijf Y gaan, dat op dat moment bijvoorbeeld aan het lassen is. Is er binnen de totale groep reststroom, dan wordt dit opgeslagen in batterijen voor een later moment. Wordt er meer stroom gevraagd dan dat er op dat moment opgewekt wordt, dan wordt dat in de piekmomenten opgelost door dieselgeneratoren. Er komt dus helemaal geen stroom meer van buiten de groep.
Volgende stap voor de zomer
Honderd procent garantie dat het systeem er gaat komen, is er niet, Sterkenburg gaat er wel vanuit: “Er is echt een hele grote kans dat dit hier gaat lukken. Dit is van al onze aanvragen één van de zeven met de grootste kans van slagen.”
De komende weken worden bedrijfsprofielen opgesteld van deelnemende bedrijven. Zo wordt duidelijk waar de restcapaciteit en piekmomenten liggen. Als vervolgens die hele groep in beeld is, kunnen er volgende stappen worden gezet. “Je hebt hier een hele grote plus dat er een grote diversiteit aan bedrijven zit die niet op dezelfde momenten veel stroom gebruiken.” In juni of juli is die inventarisatie afgerond.
Wanneer het Varsseveldse industriepark volledig draait op eigen stroom, is nog niet bekend. Volgens Sterkenburg kan het snel gaan: “Na het eerste onderzoek zouden we binnen negen maanden tot een jaar kunnen draaien.”