De gemeente Oude IJsselstreek springt financieel bij om te voorkomen dat de collectie van het Nederlands IJzermuseum tussen wal en schip raakt. Het college trekt 20.000 euro uit voor de opslag van de collectie én een onderzoek naar welke stukken echt museumwaardig zijn.
Het Nederlands IJzermuseum zit financieel in zwaar weer. Volgens het college staat de ‘inkomstenbron van de stichting onder druk en zijn de reserves op’, waardoor de huur van de opslagruimte niet langer betaald kan worden. Daarmee dreigde onzekerheid over de toekomst van de verzameling die draait om de ijzergeschiedenis van de streek.
Om te voorkomen dat stukken verloren gaan, betaalt de gemeente de opslag nog een jaar. Daarmee wil het college het museum ‘de gelegenheid bieden om de collectie te behouden en te laten beoordelen op museumwaardigheid’. Tegelijk wordt samen met Erfgoed Gelderland gekeken welke objecten écht van historische en museale waarde zijn.
Volgens de gemeente moet dat uiteindelijk leiden tot ‘een kernachtige en professionele collectie met objecten die van betekenis zijn voor onze ijzergeschiedenis’. Het bestuur van het museum werkt ondertussen ook aan een toekomstvisie en een nieuwe organisatievorm.
De gemeente beseft dat dat proces gevoelig ligt. Veel vrijwilligers werken al jaren aan de collectie en niet ieder object zal uiteindelijk behouden blijven. In de stukken noemt het college dat zelf ‘een delicate kwestie’. Daarom worden vrijwilligers nadrukkelijk betrokken bij het traject. Voor de tijdelijke opslag is ongeveer 10.000 euro nodig, hetzelfde bedrag gaat naar het onderzoek naar de collectie.
Het Nederlands IJzermuseum was jaren gevestigd op het DRU Industriepark. Op dit moment worden verschillende stukken uit de collectie tentoongesteld op het terrein. Een ‘echt’ museum is er op dit moment niet.