De Britse 500-ponder die bij het archeologische onderzoek bij het Witte Paard in Zelhem uit de grond kwam is donderdag tot ontploffing gebracht. Amateur-oorlogshistoricus Bert Schieven hield alles sinds de vondst van de vliegtuigbom nauwlettend in de gaten. Hij kan de bom exact dateren.
"De bom komt van de luchtaanval van 24 maart 1945. Het was de tweede keer dat de Engelsen een aanval op Zelhem openden, dat deden ze op 21 maart ook al. De tweede aanval was de enige met 500-ponders, achttien stuks", zegt Schieven. “Op de plek van deze bom stond de boerderij van de familie Prins, die is tijdens de aanval compleet verwoest.”
Volgens de amateurhistoricus werd de bom afgeworpen door een Britse Hawker Typhoon tijdens de geallieerde opmars in de laatste fase van de Tweede Wereldoorlog. De aanval maakte deel uit van het vervolg Operatie Plunder, waarmee de geallieerden na de oversteek van de Rijn de weg vrijmaakten voor het oprukkende front. "Ze vielen niet alleen militaire doelen aan, maar maakten de route voor het front vrij. Dat gebeurde in Zelhem ook. In de rapporten hebben ze het over een Duits hoofdkwartier, maar die heeft hier nooit gezeten."
Blindganger
Van de achttien afgeworpen 500-ponders bleef er volgens Schieven minstens één als blindganger achter: de bom die nu is gevonden. Of er meer niet zijn ontploft, is niet bekend. "Hoeveel blindgangers er zijn weet ik niet. Of de andere zeventien wel zijn afgegaan, weet ik ook niet. Er kunnen er meer liggen."
De vondst verbaasde hem vooral vanwege de locatie. "Je maakt mij niet wijs dat toen niemand gezien heeft dat daar een bom lag. Blijkbaar hebben ze het gat weer dichtgeschoven. Ik kan het niet bewijzen, maar dat heeft me echt verbaasd."
Waarom ontplofte de bom niet?
Dat de bom tachtig jaar in de grond heeft gelegen zonder te ontploffen, is volgens Schieven niet uitzonderlijk. De ontsteker kan defect zijn geweest of de bom is in zachte grond terechtgekomen, waardoor de klap onvoldoende was om af te gaan. “Die bommen werden in massaproductie gemaakt, ik ga er vanuit dat er een fabrieksfout in deze bom zat.”
Verhalen dat inwoners de bom na de oorlog zelf onschadelijk zouden hebben gemaakt, neemt hij met een korrel zout: "Je hoort van alles. Soms zit er een kern van waarheid in, soms gaat zo'n verhaal zijn eigen leven leiden. Feit is dat er een bom lag."
Historische waarde
Hoewel defensie de bom donderdag heeft vernietigd, krijgt Schieven een aantal scherven voor in zijn museum ‘Zelhem in Oorlogstijd’. Volgens hem hebben die nog altijd historische waarde. "Het is misschien oud ijzer, maar als je het terugbrengt naar de essentie heeft het wel historische waarde. Als je het weggooit, is het voorgoed weg."
Nog meer bommen?
Of er nog meer blindgangers in de omgeving liggen, durft Schieven niet uit te sluiten. Juist daarom waarschuwt hij mensen om explosieven nooit zelf aan te raken."Als een bom nieuw is, is hij nog redelijk betrouwbaar. Maar als hij tachtig jaar in de grond heeft gezeten, wordt hij instabiel. Dan moet je er gewoon vanaf blijven en de officiële instanties inschakelen."