De spanning hangt voelbaar in de lucht. Vijftigers, opgedirkt alsof ze een avond flink gaan stappen staan als ongeduldige pubers voor de ingang te wachten. Er wordt gegniffeld, zenuwachtig bewogen en voorgesteld hoe het er binnen uitziet. “Als je binnenkomt was er toch een bar?”, “Nee, dat was de garderobe en kassa toch?”, “Ach man, ik kan het met niet eens meer voor de geest halen, ik was altijd dronken”, klinkt het vanuit de wachtrij. De mensen staan te popelen om de oude disco weer binnen te gaan.
De eigenaar van het pand, David van Hasselt heet de groep welkom: “Jongens, welkom bij jullie Joy. Waar donderdagavond het bier voor een gulden was, en je er bij wijzen van spreken zondagavond pas weer uitkwam.” Dan gaat het zware hangslot eindelijk van de deur en stormen de eerste bezoekers naar binnen. Wat het doet met de mensen is onvoorstelbaar, bijna magisch. Sommigen lopen met tranen in de ogen de gang in. Dat moment wordt al snel verstoord door anderen. “Goh, was het hier zo klein en laag? Moet je nog oppassen dat je de kop niet stoot.”