Wat begon met een klein racebaantje uit zijn jeugd, groeide uit tot een indrukwekkend mini-circuit in de garage. Louis en Didi Jansen uit Didam bouwden de afgelopen jaren aan een uitgebreide slotracebaan, compleet met verlichting, een computersysteem en wedstrijden tegen vrienden. “Het is misschien een beetje uit de hand gelopen, maar vooral heel leuk.”
Als kind was Louis al gek op autoracen. “Na veel zeuren kreeg ik van mijn ouders een racebaan. Dat was nog een klein achtje.” Later pakte hij de hobby weer op. Toen hij ging werken en wat meer geld te besteden had, begon hij zijn baan steeds verder uit te breiden. Via een club kwam het idee om het groter aan te pakken. “Een clubgenoot had ook een baan in zijn garage, met een systeem dat omhoog kon. Toen dacht ik: dat wil ik ook.”
Zelfs bij het zoeken naar een huis hield het stel rekening met de hobby. “We woonden eerst in het westen van het land, we zijn eigenlijk import-Achterhoekers”, vertelt Jansen. “Toen we een woning zochten, keken we ook of er een garage was waar dit mogelijk zou zijn.”
Racen tegen elkaar
De baan werkt met zogeheten knijpregelaars. Daarmee bepalen racers hoeveel stroom er naar de auto gaat. “Je geeft eigenlijk gas en remt tegelijk. Ga je te hard, dan vliegt de auto uit de baan.”
Het computersysteem houdt ondertussen rondetijden bij en kan complete races organiseren. Sommige wedstrijden duren een kwartier, maar het kan ook langer. “Er zijn clubs die zelfs 24-uursraces organiseren met slaapplaatsen en pitstops. Dan moet je banden wisselen en reparaties doen. Dat is voor ons een beetje te fanatiek”, zegt hij lachend. “Wij drinken liever een borreltje en racen dan een tijdje.”
Vrij uitzonderlijk
Een dergelijke baan thuis is vrij bijzonder. Volgens Jansen zijn er in Nederland maar enkele tientallen mensen met zo’n uitgebreide privé-racebaan. “Clubs hebben vaak een vaste baan, maar dat iemand het thuis in zijn garage bouwt, zie je niet vaak.”
Ook de auto’s zijn geen simpel speelgoed. “Je koopt een chassis, motor, banden en een kap apart. Ik bouw er zelf ook verlichting in.” Voor één auto ben je al snel een paar honderd euro kwijt. “Maar elke hobby kost geld. Als je paarden hebt en ze moet stallen, kost dat ook veel. En als het eenmaal staat, kun je er jarenlang plezier van hebben.”
Jaren bouwen
Het bouwen van de baan kostte Jansen meerdere jaren. Vooral de techniek bleek een flinke uitdaging. “Hoe krijg je de baan stabiel op hoogte? En hoe zorg je dat overal evenveel stroom op staat? Daar heb ik echt mee geworsteld.”
Soms lag het project maanden stil. “Dan had ik er even geen zin meer in. Maar op een gegeven moment komt de motivatie weer terug en wil je hem toch afmaken.” Vooral het installeren van het computersysteem en de sensoren bleek een ingewikkelde klus.
Terug naar vroeger
De baan is inmiddels grotendeels af, al zijn er altijd ideeën voor uitbreiding. “Je zou nog tribunes en andere aankleding kunnen bouwen. En er komen vast nog wel nieuwe auto’s bij.”
Als de lichten in de garage dimmen en de verlichte raceauto’s over de baan schieten, voelt Jansen zich weer even kind. “Dat gevoel van vroeger, dat je naar een race keek en dacht dat je zelf coureur was. Dat blijft. Het is gewoon prachtig om tegen elkaar te racen.”