Voorafgaand aan de Toekomstdag bezochten boerinnen het bedrijf van Sylvia van den Boom en haar man in Kevelaer.
Eveline ZuurbierEen eigen koers voor het boerenbedrijf vraagt om kennis, contacten en geld. Toch voelen boerinnen zich als ondernemer nog geregeld achtergesteld of buitengesloten. De Nederlandse ambassade in Berlijn bracht samen met Duitse regionale boerenorganisaties boerinnen uit de Achterhoek en het Kleverland bijeen. Wat kunnen zij over de grens voor elkaar betekenen?
Een verkoopadviseur komt het erf op en vraagt naar de boer. Onder de vijftig boerinnen op de Toekomstdag in Kevelaer klinkt herkenbaar gelach. Ook wie zelf het bedrijf leidt, krijgt die vraag maar al te vaak. “Hij gaat ervan uit dat wij onvoldoende kennis hebben, een gemiste kans om echt zaken te kunnen doen”, introduceert de dagvoorzitter de dag.
Het voorbeeld raakt aan de boodschap van de dag: boerinnen dragen volop bij aan hun bedrijf, maar hun kennis en ondernemerschap krijgen niet vanzelfsprekend dezelfde erkenning. Wie nieuwe wegen zoekt voor de landbouw, kan het zich volgens de sprekers niet veroorloven hun ideeën onbenut te laten.
In het Internationale Jaar van de Boerin, uitgeroepen door de Verenigde Naties, wil de Nederlandse ambassade in Berlijn deze vrouwen met elkaar verbinden. Samen met het Rijnlandse landvrouwenverband bracht ze boerinnen uit beide landen naar Kevelaer. Ze delen ervaringen over bedrijfsopvolging, verdienmodellen en nieuwe manieren van ondernemen.
Waarom specifiek de grensstreek
Volgens Fenna van Selm van de Nederlandse ambassade in Berlijn biedt juist de grensstreek mogelijkheden. Inwoners zijn er gewend over de grens te kijken. Nieuwsgierigheid naar elkaars werkwijze en cultuur kan zakelijk iets opleveren en landbouwontwikkeling een nieuwe draai geven.
Waar vindt een boerin steun voor een nieuw idee? Hoe bereikt ze andere klanten? De bijeenkomst moet vrouwen helpen daarvoor contacten te leggen, ook aan de andere kant van de grens.
Daarbij gaat het om meer dan het inkomen op het erf. Landbouwminister Jaimi van Essen wijst in een videoboodschap op alles wat boerinnen combineren: het bedrijf, hun gezin en vrijwilligerswerk in het dorp. Ze zien volgens hem wat er om hen heen speelt en denken na over hoe het duurzamer kan.
Heleen Groot, directeur-generaal Landbouw bij het ministerie van LVVN, ziet vrouwen als belangrijke aanjagers van creativiteit en vernieuwing, in Nederland én Duitsland. Hun ideeën verdienen ruimte in een sector die voor grote veranderingen staat. Dat vraagt ook om aandacht voor andere manieren van ondernemen dan meer produceren of investeren in nieuwe techniek.
Een andere koers
Suzanne Ruesink van Suzy’s Farm in Aalten zoekt haar toekomst in rechtstreeks contact met de mensen die haar voedselproducten eten en beleven. “Zolang melk wit is, is grote hoeveelheden produceren een gelopen race.” Ze kocht een zalencentrum om haar producten op de kaart te zetten, maar kreeg de financiering niet rond bij de bank. Vier oud-ondernemers zagen er wel brood in: zij financieren haar plannen en staan haar bij met advies. “Door mijn verhaal te vertellen, heb ik afscheid genomen van de bank en ik krijg daar een enorme vrijheid voor terug. Geen verantwoording van de cijfers, maar ik drink een kop koffie met mijn investeerders en vertel wat ik dagelijks op het bedrijf beleef.” Deze Toekomstdag met mogelijkheden voor nieuwe voedselketens, draagt daar weer aan bij, zegt ze.
De grens over
Christine Köning wil met haar zachte kazen uit Vorden de grens over. In Kevelaer zoekt ze daarvoor kennis en contacten. “We laten hier nog veel liggen. We hebben net als mannen sterke netwerken nodig.” Net als Ruesink zoekt ze nieuwe inkomsten door verbindingen te leggen, met consumenten én andere ondernemers.
Een vervolg in de Achterhoek
Het gaat erom dat de kennis en plannen zoals die Ruesink en Köning hebben een plek krijgen in de toekomst van de landbouw ten gunste voor de leefbaarheid in de regio. “Zonder een netwerk zou deze dag niet georganiseerd kunnen zijn”, zegt Van Selm. Het Rijnlandse landvrouwenverband nam aan Duitse kant de organisatie op zich.
Aan Nederlandse kant bestaat zo’n agrarisch vrouwennetwerk niet. Clubs van plattelandsvrouwen hebben niet altijd meer een sterke aansluiting bij het boerenbedrijf. De wens is om volgend jaar in Nederland verder te gaan. Wie dat organiseert, staat nog open.