De Martinuskerk in Etten kan alsnog het gat dichten dat is ontstaan door de gestegen bouwkosten. Eerder vroeg de stichting een verhoging van de subsidie, dat was niet mogelijk. Nu is er alsnog een oplossing, de gemeente Oude IJsselstreek staat garant voor een lening van 100.000 euro bij het Nationaal Restauratiefonds.
“Ik ben blij dat we het op deze manier kunnen doen”, zegt voorzitter Peter Ketelaar. “De bouwkosten zijn echt gigantisch gestegen sinds we de eerste plannen maakten. We hebben al een bijdrage van het fonds gehad, maar dit is wel heel welkom.” De ton is al grotendeels uitgegeven of voor specifieke zaken bestemd. “Hierbij moet je denken aan verplichtingen zoals een brandmeldinstallatie of stalen kozijnen bij de nooddeuren.”
De wens van de stichting is nog steeds om een lift in het gebouw te realiseren, dat lukt niet met deze bijdrage omdat het bedrag al gereserveerd was. “Maar voor de toegankelijkheid is de lift nog zeker een doel, maar het is geen verplichting zoals andere zaken. Die komt er wel, maar op een later moment”, zegt Ketelaar. Een lift realiseren kost volgens de stichting zo’n 40.000 euro.
Door garant te staan voor de lening neemt de gemeente een financieel risico, dat erkent het college ook. Als de stichting de lening niet kan terugbetalen, kan het Nationaal Restauratiefonds bij de gemeente aankloppen voor het openstaande bedrag. Toch vindt het college dat risico aanvaardbaar.
Daarbij wijst de gemeente op de eerste financiële inzichten van de stichting. Die geven volgens het college ‘voldoende vertrouwen’ om de garantstelling aan te gaan. Wel merkt de gemeente op dat nog moet blijken hoe de financiële positie van de stichting zich ontwikkelt nu de kerk pas kort geopend is.
2 uur geleden
De Martinuskerk in Etten, recent heropend als multifunctioneel dorpscentrum, heeft een conflict met de gemeente Oude IJsselstreek over de geldende vergunningen. De stichting achter het gebouw stelt dat de geluidsnormen en horecaregels het organiseren van activiteiten en het exploiteren van het pand sterk beperken. Zo zouden volgens hen de geluidsgrenzen in de praktijk snel worden overschreden en zorgen sluitingstijden en beperkingen voor horeca voor problemen bij evenementen en dorpsactiviteiten.
De gemeente stelt dat de regels vooraf zijn besproken en gebaseerd zijn op onder meer een geluidsonderzoek dat door de stichting zelf is uitgevoerd. Volgens de gemeente is er ruimte voor dorpsactiviteiten zoals kermis en carnaval en zijn er afspraken gemaakt over incidentele evenementen. Zowel de stichting als omwonenden hebben bezwaar gemaakt tegen onderdelen van de vergunningen. De kwestie ligt daarmee voor bij de bezwaarschriftencommissie en de rechter.