De periode waarin de benzineprijzen in Duitsland tot zo’n 35 cent lager zijn dan in Nederland, loopt af. Op 1 juli komt er een einde aan de tankkorting die twee maanden geleden inging. Op 1 mei van dit jaar verlaagde bondskanselier Friedrich Merz de accijns op brandstof met 17 cent, wat direct te merken was in de portemonnee van mensen.
De reden voor de accijnsverlaging was het dempen van de hoge energie- en olieprijzen door de spanningen in het Midden-Oosten, en bovenal een lastenverlichting voor de inwoners van het land. Het ging om een energiebelasting op benzine en diesel, die met 14 cent werd verlaagd. Inclusief btw komt de ‘Tankrabatt’ neer op een daling van 17 cent per liter aan de pomp.
De verwachting is dat Duitse pompstations de verhoging direct doorvoeren. Bij de invoering van de tankkorting duurde het bij enkele pompstations met een grote voorraad nog een paar dagen voordat ze de korting doorberekenden.
Wie zijn tank deze dagen nog wil ‘volgooien’, komt in een rij met Nederlandse en Duitse nummerplaten te staan.
Een blijvend prijsverschil
Voor Duitsers betekent dit een prijsstijging, die volgens onderzoekers van Economische Zaken in Berlijn verder zal doorzetten. De oorzaak daarvan is dat er nog veel onzekerheid is over hoe het conflict tussen de VS en Iran zich ontwikkelt.
Voor Nederlandse tanktoeristen uit de grensstreek betekent het dat de prijsverschillen kleiner worden, tot maximaal ongeveer 20 cent. Een verlenging van de Duitse tankkorting zit er voorlopig niet in. De maatregel heeft de Duitse schatkist 1,6 miljard euro gekost.