Foto: REGIO8
Waar op de meerdere akkers de maïs nog volop staat, wordt in Winterswijk op sommige percelen de hakselaar al ingezet. Normaal gesproken blijft de maïs zo lang mogelijk op het land staan. Toch zijn sommige percelen nu al klaar voor de oogst.
Vroeg hakselen is volgens boer Wim Elferdink niet wenselijk. Boeren willen de maïs normaal gesproken zo lang mogelijk op het land laten staan, zodat het gewas goed kan groeien en de opbrengst zo groot mogelijk wordt. Ook is voldoende zetmeel belangrijk voor de kwaliteit. “Je moet eigenlijk niet vroeg willen hakselen. Half augustus zou eigenlijk niet nodig moeten zijn.”
Volgens Elferdink zijn er twee hoofdredenen waarom er nu al wordt gehakseld. “Er is maïs die speciaal gezaaid wordt om vroeg te kunnen hakselen”, legt hij uit. Daarnaast zorgt de aanhoudende droogte ervoor dat de maïs sneller afrijpt. “Door die droogte is de maïs sneller rijp en als het rijp is, moet het er gewoon af. Laat je het te lang staan, dan gaat de kwaliteit ook achteruit.”
De droogte heeft niet alleen invloed op het moment van oogsten, maar ook op de kwaliteit en opbrengst van de maïs. Door het gebrek aan water zijn veel maïskolven kleiner gebleven. “De grootte van de maïskolf bepaalt voor een belangrijk deel de kwaliteit. Bij een kleinere kolf is de kwaliteit minder en is ook de opbrengst lager dan in een goed jaar.”
Gevolgen voor melkveehouders
De lagere opbrengst en mindere kwaliteit kunnen ook gevolgen hebben voor melkveehouders. Maïs vormt samen met gras een belangrijk onderdeel van het rantsoen van melkkoeien. Het zetmeel uit de maïs moet daarbij in balans zijn met het eiwit uit het gras.
“Als die balans door de kwaliteit van de maïs niet goed is, moet je ander voer toevoegen om die weer op orde te krijgen. Dat zorgt niet alleen voor extra kosten, maar kan ook gevolgen hebben voor de ammoniakuitstoot van de koe”, zegt Elferdink. Een koe kan de stikstof uit het voer dan minder efficiënt benutten, waardoor meer stikstof verloren kan gaan.
Ook de melkproductie kan volgens Elferdink worden beïnvloed wanneer het rantsoen van mindere kwaliteit is. “Hoe beter het rantsoen, hoe beter de koe kan produceren. Als die kwaliteit achteruitgaat, dan heeft dat ook gevolgen voor de melkproductie.”