Foto: Noud van der Louw
Een jaar geleden begon boksschooleigenaar Dirk Chevalking uit Doetinchem aan een bijzonder avontuur. De eigenaar van COB Doetinchem opende een nieuwe vestiging in het Surinaamse Osembo, met als doel om mensen richting, discipline en perspectief te bieden via de bokssport. Een jaar later bezocht hij de locatie en zag hij hoe groot de impact inmiddels is geworden.
“We zitten in een recreatieruimte die eigenlijk in zwaar verval was geraakt voordat wij daar kwamen”, vertelt Chevalking. “Sinds wij daar met de boksschool zitten, ontstaan er weer allerlei lokale initiatieven op die plek. De locatie bloeit weer als nooit tevoren.” Volgens de Doetinchemmer heeft de boksschool daarmee niet alleen sportieve waarde gekregen, maar ook een belangrijke sociale functie binnen de gemeenschap.
Ook sportief gezien zijn er flinke stappen gezet. In het afgelopen jaar wist de boksschool een vaste groep jonge sporters aan zich te binden. “We hebben echt een harde kern gevormd van ongeveer zestien boksers”, legt Chevalking uit. “Die groep hebben we een jaar lang intensief begeleid en opgeleid binnen de discipline van de vechtsport.” De inzet lijkt zijn vruchten af te werpen. In oktober nemen de Surinaamse boksers voor het eerst deel aan een bokstoernooi in buurland Guyana.
Hechte gemeenschap
Tijdens het recente bezoek draaide veel om het versterken van de band met de lokale bevolking. Osembo kent een hechte, traditioneel Surinaamse gemeenschap, waarin vertrouwen langzaam wordt opgebouwd. “Wanneer je met de lokale gemeenschap spreekt, merk je goed welke route je moet bewandelen om geaccepteerd te worden”, zegt Chevalking. “Het was heel belangrijk om enkele sleutelfiguren binnen de gemeenschap te leren kennen. Zij vormen eigenlijk de toegangspoort om echt omarmd te worden.”
Jubileumevent
Het eenjarig bestaan van de boksschool werd gevierd met een speciaal jubileumevent. Nederlandse boksers van COB Doetinchem reisden mee naar Suriname om daar sparringssessies af te werken tegen de lokale talenten. “Dat was best pittig”, blikt Chevalking terug. “Maar ze waren elke avond dolenthousiast. Als wij klaar waren, hadden zij nog steeds energie over. Dat was geweldig om te zien.”
En of er nog toekomstige topboksers tussen de talenten zitten? “Jazeker, maar je moet het wel relatief zien”, schetst Chevalking. “We zijn een jaar bezig, dus qua niveau zijn echt nog wel beginners. Maar doordat wij zo intensief met deze jongens hebben gewerkt, zie je wat er dan ook aan vaardigheden in het boksen zo snel bijgeleerd wordt. Dat is echt indrukwekkend hoe die jongens dat oppakken daar.”