Foto: Graafschap College
Hoe verbouw je een school met beperkte middelen in een arm Afrikaans land? Dat gaan zestien studenten van het Graafschap College vanaf november zelf ervaren. Samen met docenten en begeleiders reizen ze voor bijna drie weken naar Gambia, waar ze een school en andere voorzieningen gaan opknappen.
De 23-jarige student Jur van Pluur is een van de studenten die meereist naar het Afrikaanse land. “Het wordt een hele bijzondere ervaring. Ik ben benieuwd hoe ze daar met eigenlijk nagenoeg niks toch iets kunnen bouwen”, zegt hij.
Het project draagt de naam Build for Gambia. Daarmee willen studenten de technische kennis die ze tijdens hun opleiding hebben opgedaan, inzetten om de leef- en leeromstandigheden in Gambia te verbeteren. “Er gaan studenten mee van bouwtechniek, hout en meubel, restauratie, installatie, werktuigbouwkunde en Smart Building”, legt docent Heico Heezen uit. Tijdens een eerdere reis gingen nog acht studenten mee, maar dit jaar bestaat de groep uit zestien studenten van verschillende opleidingen.
Van schooldak tot kraamafdeling
In Gambia wachten verschillende werkzaamheden op de studenten. Zo gaat een groep een school in de wijk Ebo Town renoveren. Het gebouw is momenteel niet veilig genoeg en heeft dringend onderhoud nodig. De studenten gaan onder meer een muur verhogen, het dak vervangen en het sanitair verbeteren.
“Wij vinden het belangrijk dat kinderen op scholen in veilige gebouwen les krijgen. Dat is natuurlijk niet overal zo”, legt Heezen uit. De werkzaamheden worden door de studenten in samenwerking met een lokale aannemer uitgevoerd.
Ook gaat de groep aan de slag bij een kraamafdeling van een ziekenhuis in het gebied Naneto. Daar bouwen ze een muur tussen het ziekenhuis en een naastgelegen school. Momenteel lopen kinderen regelmatig van de school naar de kraamafdeling. Een muur met een afsluitbare poort moet dat voorkomen. Daarnaast bouwen de studenten een overkapping waaronder aan kinderen eten kan worden uitgedeeld.
Leren van het leven in Gambia
Naast het helpen van anderen is de reis ook een bijzondere ervaring voor de studenten zelf. Jur verwacht dat het werken in het Afrikaanse land behoorlijk anders zal zijn dan in Nederland. “Ik verwacht zelf vooral dat de kwaliteit van de materialen heel anders zal zijn. En de manier hoe ze hier bouwen, want daar zijn ze iets losser met de regels dan hier.”
Daarom worden de studenten met workshops en lessen uitgebreid voorbereid op hun reis. Ze leren onder meer over de cultuur, veiligheid en werkomstandigheden. Eenmaal in Gambia gaan ze ook kennismaken met het dagelijks leven, onder meer door met lokale bewoners in gesprek te gaan.
Die ervaring is volgens Heezen minstens zo belangrijk als de werkzaamheden. “Hoe leven de mensen nou in Gambia? Hoeveel geld krijgen ze? Wat is hun werk? Waar moeten ze mee rondkomen? Daar gaan de studenten achter komen tijdens deze gesprekken”, legt hij uit.
Juist de verschillen die Jur verwacht tegen te komen, vindt hij interessant. “Ik hoop ook veel van de mensen uit Gambia te kunnen leren. Vooral ook over hun manier van leven en werken. Dat ze toch met weinig een heleboel kunnen.”
Roeien met de riemen die ze hebben
Ondanks de uitdagingen die de groep te wachten staan, maakt Jur zich nog geen zorgen. “We gaan het meemaken en we roeien met de riemen die we hebben. Dan komen we altijd wel bij een oplossing”, zegt hij.
De groep vertrekt op 13 november naar Gambia en keert op 2 december terug naar Amsterdam. Voor Jur draait de reis uiteindelijk niet alleen om de technische werkzaamheden, maar vooral ook om wat hij er zelf van kan leren en betekenen. “Voor mij is het een combinatie van natuurlijk een hele mooie ervaring en ik hoop dat ik daar iets voor de mensen kan betekenen.”