Meer dan zestig kinderen deden dinsdagmiddag mee aan een veldrijclinic op de voormalige vuilnisbult in Zelhem, gegeven door Zelhemmer Joris Nieuwenhuis. De veldrijder hoopt hierdoor samen met de gemeente, KNWU en RTV Vierakker-Wichmond kinderen al jong de liefde voor de sport te leren.
“Ik zit er al wel langer mee in mijn hoofd dat ik graag iets terug zou doen voor de regio en dat ik graag iets voor de jeugd zou willen doen. Nu richting het EK had de gemeente me gevraagd of ik wat wilde doen. Toen zei ik natuurlijk, leuk”, zegt veldrijder Nieuwenhuis. Aan de clinic deden kinderen mee van zes tot en met achtien jaar. “Met jonge jeugd is het nog wel wat anders dan met wat oudere, die je echt wel wat uit kan leggen. We gaan gewoon plezier hebben. Ik denk dat het daar vooral om draait, en stuurvaardigheid. We zien wel hoe dat allemaal loopt.”
Ondanks dat sommige oefeningen best moeilijk waren, vonden de kinderen het niet spannend. Zo vertelt een van de deelnemers dat hij de steile afdaling van de vuilnisbelt wel aandurfde. Een andere enthousiaste deelnemer heeft een hoop geleerd: “Ik wil beter worden, waardoor ik uiteindelijk ook beter kan worden in wedstrijden. Ik heb geleerd om een balletje tijdens het fietsen te pakken dan verderop neerleggen, een vierkantje draaien en over een houten blok springen.”
Idool
Dat er zoveel kinderen iets van Nieuwenhuis willen leren blijft voor hem bijzonder. “Ik had zelf natuurlijk altijd mijn idolen vroeger. Ik vind het zelf af en toe nog een beetje gek om mezelf dan als iemands idool te zijn”, zegt de veldrijder. “Je ziet jezelf toch nog als die jonge persoon die ook ooit begon. Maar ik hoop wel wat over te kunnen brengen. We gaan zien of het wat oplevert over 20 jaar.”
Nieuwenhuis hoopt de kinderen in ieder geval één ding mee te geven. “Het voornaamste is dat iedereen het gewoon leuk heeft. Dat iedereen naar huis gaat met het idee dat fietsen in de buitenlucht eigenlijk wel heel leuk is. En dat ik hopelijk een zaadje heb geplant bij iemand, al is het bij één kind, die later er wat mee wil gaan doen.”