Foto: REGIO8
Voor de één is vissen vooral een kwestie van rustig wachten, voor Jespe Winters uit Gaanderen is het inmiddels topsport. De jonge visser kroonde zich begin september in Giethoorn tot Nederlands kampioen dobbervissen onder de twintig jaar. Zijn liefde voor de sport begon al op jonge leeftijd, toen hij zijn eerste hengel kreeg en steeds vaker aan de waterkant te vinden was.
“Het begon eigenlijk toen ik een klein kind was”, vertelt Winters. “Toen ging ik met mijn vader mee, die viste altijd wedstrijdjes bij de lokale vereniging. Dat vond ik gewoon fantastisch, daar leefde ik elke week weer naartoe.”
Rond zijn elfde of twaalfde kreeg Winters van zijn oom een vijfmeterhengel. Sindsdien werd de hobby steeds serieuzer. “Sindsdien zijn we eigenlijk elk weekend wel op pad geweest. Dat heeft zich gewoon uitgebreid naar het wedstrijdvissen, uiteindelijk tot hier aan toe.”
Oom zag het talent al
Ook zijn oom Jan Bleumink speelde een belangrijke rol in zijn ontwikkeling. Een jaar geleden kreeg Winters diens visspullen. Nog geen jaar later mocht hij zichzelf Nederlands kampioen noemen. Voor Bleumink komt het succes van zijn neef niet helemaal uit de lucht vallen.
“Ik vind dat gewoon geweldig”, vertelt Bleumink. “Ik heb het altijd voorspeld. Hij kan gewoon vissen.” Volgens zijn oom zit het verschil soms juist in de kleine dingen. Als er tijdens een wedstrijd weinig wordt gevangen, weet Winters volgens hem vaak toch net iets meer vis binnen te halen dan de concurrentie. “Dan geeft hij altijd een paar honderd gram meer. En dat is de goede visser.”
Iedere wedstrijd is anders
Inmiddels reist Winters het hele land door voor wedstrijden. Een geheim voor zijn succes heeft hij naar eigen zeggen niet. Wel draait wedstrijdvissen volgens hem om het voortdurend aanpassen aan de omstandigheden.
“In elke wedstrijd heb je een andere aanpak, een andere manier van vissen, een andere denkwijze”, vertelt Winters. “Ik denk dat je daarin gewoon soepel moet zijn en je moet kunnen aanpassen aan de tijd van het jaar en hoe de vissen willen reageren op bepaalde situaties.”
Tijdens het Nederlands kampioenschap pakte die aanpak goed uit. “Dit keer bleek de aanpak die ik had uitgezocht een goede aanpak en dat resulteerde in twee mooie visdagen.”
Met een eerste en tweede plek tijdens de finale pakte Winters uiteindelijk de Nederlandse titel. “Ja, supergevoel natuurlijk. Hard voor gewerkt en veel voor geoefend. En als het dan een keer lukt, is dat prachtig om te bereiken.”
Dromen van wedstrijden in het buitenland
Bij die titel blijft het wat Winters betreft niet. Hij vist vrijwel ieder weekend een wedstrijd en wil zich de komende jaren verder blijven ontwikkelen.
“Ik kan me niet voorstellen dat ik daarmee ophoud”, vertelt hij. “Ik wil me gewoon door blijven ontwikkelen en steeds meer wedstrijdjes winnen.”
Ook wedstrijden buiten Nederland lonken. “Een wedstrijd in het buitenland vissen lijkt me zeker ooit mooi om te doen. Dat je echt kan uitzoeken waar die vissen zich bevinden en hoe je ze het beste gevangen kan krijgen. Dat lijkt me mooi om ooit mee te maken.”