Hein Pieper bij Spijk-Elten, daar waar de Rijn Nederland binnenstroomt.
REGIO8De plek was goed gekozen: het Wasserbaulabor van de RWTH Aachen. Tussen modellen en proefopstellingen waarin waterstromen worden nagebootst, liet Noordrijn-Westfalen zien wat er vijf jaar na de verwoestende watersnoodramp op 14 juli 2021 in het Ahrtal in gang is gezet.
Opvallend was wie daarbij aan tafel zaten: niet alleen Duitse bestuurders en onderzoekers, maar ook minister Vincent Karremans van Infrastructuur en Waterstaat en dijkgraaf Hein Pieper van Waterschap Rijn en IJssel uit Doetinchem.
Dat was geen toevallig grensbezoek. Na de ramp moest Duitsland versnellen. De vloedgolf spoelde dorpen weg, 136 mensen kwamen om en de schade liep op tot 12 miljard euro. Sindsdien zoekt Noordrijn-Westfalen nadrukkelijker naar samenwerking over de landsgrens heen.
“Water houdt zich niet aan grenzen. Wij moeten dat ook niet doen,” zei Karremans. “Als we stroomgebieden in zijn geheel bezien, komen we tot effectievere maatregelen.”
Die twee zinnen vatten de bijeenkomst samen. Wat in Duitsland gebeurt, blijft niet in Duitsland. Regenwater, hoogwatergolven en maatregelen bovenstrooms werken door in Nederland. Zeker in de Achterhoek en de Liemers, waar de IJssel, Oude IJssel, Berkel en Slinge het watersysteem bepalen.
Pieper noemt de verhouding simpel. Duitsland is de Oberlieger, Nederland de Unterlieger: bovenstrooms en benedenstrooms. Anders gezegd: als Duitsland iets doet met het water, voelt Nederland dat later. Bij hoogwater, maar ook bij droogte.
Juist daarom is de rol van Rijn en IJssel bijzonder. Het waterschap werkt al jaren structureel samen met Duitse partners. Volgens Pieper is die samenwerking uniek in heel Europa: twee Nederlandse en vijf Duitse partijen die elkaar niet pas bellen als het misgaat, maar elkaar al kennen, oefenen, helpen en de informatie delen als het erop aankomt.
17 centimeter van levensbelang in Achterhoek en Liemers
Die ervaring is na de ramp waardevol geworden. Want hoe organiseer je waterveiligheid in een grensgebied waar rivieren, beken, regels en verantwoordelijkheden door elkaar lopen? Een concreet voorbeeld ligt honderden kilometers verderop bij Keulen. Daar is gewerkt aan een groot retentiegebied, waar bij hoogwater tijdelijk water kan worden opgevangen. Volgens Pieper kan zo’n maatregel in Nederland uiteindelijk 17 centimeter waterstand schelen. “Bij hoogwater gaat het om centimeters,” zegt hij.
Zeventien centimeter klinkt klein, maar aan een dijk is het dat niet. Het kan het verschil maken tussen gespannen volgen en daadwerkelijk ingrijpen. Daarom wil Nederland precies weten wat er bovenstrooms gebeurt: hoe hoog staat de Rijn, hoeveel water komt er bij uit kleinere rivieren en hoe snel beweegt een golf richting grens?
Karremans wijst op gezamenlijk onderzoek naar grensoverschrijdende stroomgebieden, onder meer naar waarschuwingen, modellen en crisisaanpak. “We stoppen nooit met leren,” zei hij. “Samenwerken is hierbij essentieel.” Voor Pieper draait samenwerking ook om vertrouwen. In een crisis moet je niet meer zoeken naar telefoonnummers. Je moet weten wie je moet bellen.
Over en weer een vertrouwensrelatie
“Het is net als met een goede relatie,” zegt hij. “Je moet in elkaar investeren.”
Dat vertrouwen wordt soms heel praktisch. Rijn en IJssel leverde eerder zandzakken aan Duitse buren in Isselburg, toen de Issel -in Nederland de Oude IJssel- dreigde over te stromen. Andersom mogen Nederlandse bestrijders over de grens muskusratten en beverratten aanpakken, omdat die schade aan dijken kunnen veroorzaken.
“Extreme regenval voorkomen zal nooit lukken,” zei Karremans. “Met de veranderingen in het klimaat zullen weersextremen waarschijnlijk vaker voorkomen. Voorkomen kan niet, voorbereiden wel.” Hein Pieper: “Je wilt toch goede buren zijn; gute nachbarn.”